Zo gebruik je deze rekentool
- Vul de Initiële investering in: het bedrag dat je vandaag uitgeeft.
- Vul de Kasstroom per jaar in, de jaarlijkse besparing of extra opbrengst.
- Verwacht je dat die stijgt, bijvoorbeeld door hogere energieprijzen, vul dan de Groei kasstroom per jaar in.
- Kies een Disconteringsvoet en lees de Terugverdientijd en Verdisconteerde terugverdientijd af, met de tabel per Jaar.
Gewone en verdisconteerde terugverdientijd
De gewone terugverdientijd telt de jaarlijkse kasstromen op tot ze de investering hebben goedgemaakt. Valt het omslagpunt midden in een jaar, dan rekent de calculator het deel van dat jaar naar verhouding mee.
Terugverdiend wanneer Σ CFₜ ÷ (1 + r)^t ≥ I- I = initiële investering
- CFₜ = kasstroom in jaar t (groeit elk jaar met g)
- r = disconteringsvoet; bij de gewone terugverdientijd is r = 0
- t = jaar 1, 2, 3 …
De verdisconteerde terugverdientijd doet hetzelfde, maar maakt elke kasstroom eerst contant: geld dat je over zeven jaar ontvangt, is vandaag minder waard. Daarom duurt het verdisconteerd altijd langer. De disconteringsvoet is het rendement dat je met hetzelfde geld ook elders zou kunnen halen.
Voorbeeld: € 12.000 investering die € 1.500 per jaar bespaart
Stel, je investeert € 12.000 in een verduurzaming die je elk jaar € 1.500 bespaart. Zonder groei is de investering na precies 8 jaar terugverdiend: 8 × € 1.500 = € 12.000.
Reken je met een disconteringsvoet van 4%, wat je bijvoorbeeld ook op een spaarrekening of in obligaties had kunnen halen, dan is de verdisconteerde terugverdientijd 9,84 jaar. Na jaar 8 staat de contante stand nog op −€ 1.900,88, na jaar 10 op +€ 166,34.
Stijgt de besparing elk jaar met 3%, dan daalt de terugverdientijd naar 7,27 jaar en verdisconteerd naar 8,63 jaar. Wees voorzichtig met die groei: een optimistische aanname verkort de uitkomst snel.
Zo lees je de uitkomst
Een korte terugverdientijd betekent dat je geld snel terug is en je minder lang risico loopt. Vergelijk de uitkomst altijd met de levensduur van wat je koopt: als iets na 10 jaar terugverdiend is maar na 12 jaar vervangen moet worden, blijft er weinig over.
De terugverdientijd zegt niets over wat er na het omslagpunt gebeurt. Twee investeringen met dezelfde terugverdientijd kunnen heel verschillend uitpakken. Kijk daarom ook naar de NCW calculator en de IRR calculator.
Waar je het voor gebruikt
Thuis is het de klassieke vraag bij zonnepanelen, een thuisbatterij, een warmtepomp of isolatie: na hoeveel jaar heb je het terug? In een bedrijf gebruik je het voor machines, software of een verbouwing.
Bij energie-investeringen hangt de besparing sterk af van energieprijzen, subsidies en regels voor terugleveren, die kunnen veranderen. Reken daarom een paar scenario's door. Voor een bedrijf is de break-even calculator handig om te zien hoeveel je moet verkopen om quitte te spelen.
Veelgemaakte fouten
- Onderhoud, vervanging of extra kosten niet van de jaarlijkse besparing aftrekken.
- Rekenen met de besparing uit de folder in plaats van je eigen verbruik.
- Subsidie vergeten van de investering af te trekken, of juist meetellen als die nog niet zeker is.
- Alleen op terugverdientijd kiezen en de totale opbrengst over de levensduur negeren.
Aannames en beperkingen
De calculator gaat uit van één investering vandaag en daarna een kasstroom per jaar die met een vast percentage groeit, over maximaal 50 jaar. Wisselende bedragen, restwaarde, belasting en financieringskosten zitten er niet in. Als de kasstroom de investering nooit goedmaakt, krijg je geen terugverdientijd.
Voor grote beslissingen, zoals een verbouwing met lening, is het verstandig de cijfers met een adviseur of installateur door te nemen.
Veelgestelde vragen
Wat is een goede terugverdientijd?
Dat hangt af van de levensduur en het risico. Een terugverdientijd die ruim korter is dan de levensduur van de investering is meestal gunstig.
Waarom is de verdisconteerde terugverdientijd langer?
Omdat toekomstige euro's minder waard zijn dan euro's van nu. Elke kasstroom telt daardoor minder mee, dus het duurt langer voordat je quitte speelt.
Waarom krijg ik geen terugverdientijd?
De kasstromen maken de investering binnen 50 jaar niet goed, bijvoorbeeld door een negatieve groei of een hoge disconteringsvoet.
Kan ik met maandbedragen rekenen?
Vul dan de besparing per jaar in (maandbedrag × 12). De uitkomst is in jaren; vermenigvuldig met 12 voor het aantal maanden.
Welke disconteringsvoet kies ik?
Het rendement dat je met hetzelfde geld elders zou halen, bijvoorbeeld je spaarrente of hypotheekrente als je daarmee anders aflost.