Zo gebruik je deze rekentool
- Vul je Huidig jaarsalaris bruto in.
- Zet de Loonsverhoging in procenten erbij, bijvoorbeeld uit je cao of je beoordelingsgesprek.
- Vul de verwachte Inflatie in om te zien wat de verhoging in koopkracht waard is.
- Lees je Nieuw jaarsalaris, Nieuw maandsalaris, de Verhoging per maand en de Reële verhoging na inflatie af.
Hoe een loonsverhoging wordt berekend
Een procentuele verhoging reken je over je huidige brutosalaris. Het nieuwe maandsalaris is het nieuwe jaarsalaris gedeeld door twaalf. Daarnaast laat de calculator zien hoeveel je er in koopkracht op vooruitgaat: als de prijzen net zo hard stijgen als je loon, kun je er niets extra's van kopen.
Nieuw salaris = salaris × (1 + v) · Reële verhoging = (1 + v) ÷ (1 + i) − 1- salaris = huidig bruto jaarsalaris
- v = loonsverhoging als decimaal getal (4% = 0,04)
- i = inflatie als decimaal getal
- Nieuw maandsalaris = nieuw jaarsalaris ÷ 12
Om de inflatie bij te houden heb je precies een verhoging gelijk aan de inflatie nodig.
Voorbeeld: 4% op € 48.000
Je verdient € 48.000 bruto per jaar en krijgt 4% loonsverhoging. Je Nieuw jaarsalaris wordt € 49.920, ofwel € 1.920 per jaar en € 160 per maand meer. Je nieuwe maandsalaris is € 4.160.
Stijgen de prijzen in dezelfde periode 3%, dan is de Reële verhoging na inflatie 0,97%. Van de 4% blijft in koopkracht dus nog geen procent over. Bij 6% verhoging en dezelfde inflatie ga je 2,91% vooruit, met een nieuw jaarsalaris van € 50.880.
Wanneer een verhoging geen verhoging is
Krijg je 2% erbij terwijl de inflatie 3% is, dan stijgt je salaris naar € 48.960, maar je reële verhoging is −0,97%. Op papier verdien je meer, in de supermarkt kun je minder kopen.
Kijk ook naar netto. Een brutoverhoging komt niet volledig op je rekening: er gaan loonheffing en premies af, en een hoger inkomen kan invloed hebben op toeslagen. Hoeveel er netto bij komt, zie je op je loonstrook of met een bruto-nettoberekening van je werkgever of de Belastingdienst.
De uitkomst gebruiken in een gesprek
Ga je onderhandelen, vertaal het percentage dan naar bedragen per maand en per jaar: dat maakt het gesprek concreter. Vergelijk het met de cao-verhoging die je toch al krijgt; een persoonlijke verhoging komt daar meestal bovenop.
Overweeg je een andere baan, vergelijk dan het totale pakket: vakantiegeld, een eventuele dertiende maand, pensioenregeling en reiskosten. Werk je per uur, reken dan met de uurloon-naar-salariscalculator. Wat extra uren opleveren, zie je met de overurencalculator, en wat inflatie met je geld doet met de inflatiecalculator.
Aannames en beperkingen
De calculator rekent met brutobedragen en een gelijke verdeling over twaalf maanden. Zit vakantiegeld of een dertiende maand in je jaarsalaris, dan is je echte maandsalaris lager dan het getoonde bedrag. Belasting, premies, toeslagen en pensioenpremie zitten er niet in.
Inflatie is een gemiddelde. Je persoonlijke prijsstijging hangt af van je uitgaven, zoals huur en energie, en kan hoger of lager zijn dan het cijfer van het CBS.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken ik een loonsverhoging in procenten?
Deel het nieuwe salaris door het oude, trek er 1 af en vermenigvuldig met 100. Van € 48.000 naar € 49.920 is 4%.
Hoeveel houd ik netto over van mijn loonsverhoging?
Minder dan bruto, want over het extra deel betaal je loonheffing tegen je hoogste schijf. Je loonstrook of een bruto-nettoberekening geeft het exacte bedrag.
Geldt een loonsverhoging ook over mijn vakantiegeld?
Vakantiegeld wordt meestal berekend als percentage van je loon, dus het groeit mee. Kijk in je contract of cao hoe het bij jou geregeld is.
Welke inflatie moet ik invullen?
Het CBS publiceert de inflatie van de afgelopen periode. Voor een vooruitblik kun je een paar waarden proberen, bijvoorbeeld 2% en 3%.